SPORTEN TER BESTRIJDING VAN DEPRESSIE EN ANGSTSTOORNISSEN

nederlands / english

 

 

 


MISSION STATEMENT

Campagne voeren voor sport als natuurlijk wapen in de strijd tegen depressie en angststoornissen. Met deze stelling in het achterhoofd wil de stichting mensen met een psychiatrische stoornis nader tot sport brengen, bestaande sporttherapieën ondersteunen en eventueel nieuwe helpen ontwikkelen.

De Piekentour 2009 is ten einde gekomen, lees meer over het hoe en waarom en enkele conclusies: De Piekentour is voorbij.
Een sportieve terugblik met alle 51 pieken nog eens op een rij alsmede wat algemene beschouwingen zijn te lezen op: 51 Pieken.


> BLOGBERICHT - VERSLAG ALPEN

door Klaas Bottelier

U kunt het Word-document openen en printen voor een gedetailleerd verslag van de reis naar de Alpen, of daaronder verder lezen voor de kortere versie van dat verslag.

Compleet verslag Alpen - Fase 5

Het was niet gemakkelijk om me weer op te laden voor de Alpenreis. Ik had me fysiek niet erg goed gevoeld in de tussenliggende periode en geestelijk was het ook weer moeilijk geweest na de reis naar Pyreneëen. Die reizen zijn dus niet gemakkelijk te verteren elke keer, het kost kennelijk veel energie om steeds grenzen te verleggen voor iemand die dat al geruime tijd niet meer gewend is. Maar zoals elke andere reis begon de week voor vertrek langzaam de motivatie weer toe te nemen.

Alle beroemde pieken in de Alpen beklimmen zou te veel van het goede zijn maar ik wilde er in ieder geval een paar van de bekende Alpenreuzen doen, waarbij de Alpe d'Huez het absolute hoogtepunt zou moeten vormen. Daarbij zouden nog enkele pieken uit de Tour van 2009 op het programma staan en twee in de Vogezen omdat ik daar op de heenreis een tussenstop maakte. In de Vogezen besloot ik vanaf Colmar door de vallei van Munster te fietsen naar de Petit Ballon en op de terugweg nog de klim naar Les Trois Epis mee te pikken, vooral om nog wat extra klimkilometers te maken.

Nadat ik geconstateerd had dat ik mijn regen- en windwerende jas in Nederland had laten liggen besloot ik met een extra shirtje de rit door de Vogezen te beginnen want het zou het grootste deel van de rit regenen, de rit duurde meer dan 3 uur dus aan het einde was ik doorweekt. De beklimming van de Petit Ballon begon in Munster, de weg was smal en het wegdek erg slecht, veel gaten en los grind, niet lekker om op te fietsen. Maar goed, de moraal was niet slecht, ik had die ochtend even streng voor mezelf moeten zijn maar het voelde toch wel lekker om weer eens een berg op te fietsen. Het weggetje liep voor het grootste deel door een bos zonder uitzicht en ondanks dat het wel wat beschutting tegen de regen bood was het ook wel een beetje demotiverend. Het draaide vierkant moet ik eerlijk bekennen, het ging niet echt goed vooruit, maar het was de eerste beklimming van de reis dus bovenkomen was het motto. Na een uur fietsen bereikte ik de laatste 2 kilometer van de berg en daar werd ik wel beloond voor mijn moeite. De bomen waren verdwenen en ik kreeg een prachtig uitzicht voorgeschoteld over de vallei tussen de Petit Ballon en de Grand Ballon. De eerste piek zat erop na een uur en 12 minuten. De afdaling deed ik zeer kalm aan want de combinatie los grind, gaten in de weg en regen is geen goede.

Nadat ik weer in de vallei was reed ik vanaf Munster richting Turckheim voor de tweede beklimming. Na dat heerlijke stukje vals plat naar beneden begon ik aan de klim naar Les Trois Epis, een klein bergdorpje. De regen nam toe en ik was doorweekt, ik zat al twee en een half uur op de fiets en begon langzaam een beetje moe te worden. De beklimming zelf was echter niet zwaar genoeg om echt in de problemen te komen dus ik kon nog een enigszins redelijk ritme behouden. Na in het dorpje te zijn gearriveerd daalde ik dezelfde weg terug, de eerste rit zat erop. 65 kilometer had ik afgelegd en meer dan 3 uur had ik op de fiets gezeten, en ondanks de regen en een lekke band was ik goed door deze eerste dag heen gekomen.

Ik was een stuk naar het Zuiden gereisd en was in de Alpen beland, niet eens zo heel ver van de Mont Blanc. De omgeving was werkelijk prachtig, de Alpen zijn echt een machtig gebergte met majestueuze pieken afgewisseld door diep uitgesleten dalen, werkelijk adembenemend mooi. De tweede etappe van deze reis zou over 45 kilometer en twee pieken gaan rond de vallei van Cluses. Beide zaten in de koninginnerit van de Tour de France dit jaar waar de gebroeders Schleck samen met Contador met grote voorsprong als eerste eindigden en definitief naar de macht grepen.

Ik had goed gegeten en veel drinken bij me voor de eerste rit want het was zeer heet die eerste dag daar in de Alpen, zo'n 35 graden, heerlijke temperatuur om op het strand te liggen misschien maar niet om tegen een berg op te fietsen. Ik begon aan de Côte d'Araches, een klim die langs de snelweg die door de vallei raast omhoog gaat richting het dorpje Araches. De weg gaat met haarspeldbochten omhoog en er werd nog veel aan deze wegen gewerkt omdat de Tour de France hier een week later ook over zou rijden. Het ging absoluut niet soepel en ik voelde me slap en vooral misselijk. Ik had toch goed gegeten en gedronken, ik was ook pas net aan het fietsen dus ik wist niet waarom ik het zo moeilijk had op zo'n relatief simpel bergje. Bij elke haarspeldbocht dacht ik er aan om te stoppen, ik was echt strontmisselijk en had een koppijn die steeds erger werd. Ik had al snel het idee dat het een kansloze missie was die dag want die tweede piek zou toch nog aanzienlijk veel zwaarder zijn dan deze eerste en ik kwam hier al bijna niet naar boven. Maar zoals al vaker gemerkt deze Piekentour loont het soms om toch gewoon door te blijven trappen en op betere tijden te hopen. Bocht na bocht gleed onder mijn wielen door en na bijna drie kwartier kwam ik boven, dat was echt bijzonder langzaam over 7 kilometer. Ik was er echt slecht aan toe, voelde me ziek, en ik had inmiddels bonkende koppijn. Ik bedacht me wel dat zo vroeg op deze reis al opgeven erg slecht voor de moraal zou zijn en besloot dus richting de voet van de Col de Romme te dalen en te kijken hoe het zou gaan, ik had weinig hoop op een goede afloop.

De Col de Romme zat dit jaar voor het eerst in de Tour de France en er was direct vuurwerk vanwege de steilheid van de klim. De eerste paar honderd meter van de Col de Romme lopen parallel aan de snelweg met het verschil dat deze weg zich meteen omhoog trekt tegen een percentage van boven de 10 procent. Als je hem benadert krijg je het gevoel dat er zich een muur voor je optrekt. Ik voelde me nog steeds strontmisselijk, de koppijn concentreerde zich op mijn slapen die leken te pulseren en ik voelde me rillerig terwijl het 35 graden was. Direct begonnen in mijn hoofd de doemscenario's al weer aan me voorbij te trekken, ik zou nooit boven geraken, ik zou de mentale dreun zo vroeg in de reis niet meer te boven komen, ik zou de schaamte van deze wanprestatie niet kunnen verteren, en meer van dat soort werk.

Maar ik wilde in ieder geval mijn huid zo duur mogelijk verkopen, zo lang mogelijk doortrappen tot ik echt zou omvallen. Die berg was zo ongelooflijk steil dat ik het al bijzonder moeilijk zou hebben gehad om boven te komen als ik me topfit zou voelen met een normale temperatuur en onder de toenmalige omstandigheden leek het me totaal onmogelijk. Het vervelende van de Col de Romme is dat je na een paar honderd meter al naar adem hapt vanwege die 10 procent stijgingspercentage, en dat je dat de gehele berg ook blijft doen want het gemiddelde percentage is 9 procent, dus het wordt nooit echt veel gemakkelijker. En die zon bleef maar onverbiddelijk op mijn bolletje schijnen. Het zou dus meer een mentaal gevecht worden dan fysiek, fysiek was het absoluut bijzonder slecht met me gesteld die dag dus de vraag was, hoe lang kan je de benen toch rond laten gaan.

Hoe lang kon mijn hoofd mijn benen de opdracht blijven geven om door te ploegen terwijl mijn hele lichaam leek te protesteren. Ik wilde even afstappen om te rusten maar wanneer ik zou afstappen met vele kilometers voor de boeg, dan zou dat waarschijnlijk echt het mentale breekpunt zijn, ik denk niet dat ik het weer op had kunnen brengen om daarna verder omhoog te gaan fietsen. De schaduwen onder de bomen lonkten, ik ging belachelijk langzaam en mijn hoofd leek te ontploffen. Ik harkte voort, van bocht naar bocht, soms onder de 6 kilometer per uur. Ik ging bijna laverend naar boven om zo de steilheid nog wat te verminderen, al scheelde dat maar een fractie.

Ik begon het einde van de klim te naderen, maar zelfs twee kilometer leek onoverkomelijk, ik voelde me zo ziek. En op een kilometer van het einde moest ik er toch aan geloven, ik kreeg het niet meer rond en stopte onder de schaduw van een boom. Ik was de hele Piekentour nog niet afgestapt omdat ik het fysiek niet aankon, ik kon er niet al te veel om rouwen op dat moment want het ging gewoon echt niet meer. De berg, de hitte en dat zieke gevoel hadden me letterlijk op mijn knieën gekregen. Na de laatste kilometer alsnog volbracht te hebben kwam ik voor mijn gevoel halfdood boven en ik kan me niet herinneren dat ik erg euforisch was dat ik de top had bereikt. Ik wilde naar het hotel en in bed liggen, dan zou ik de tijd hebben om te vieren dat ik het gehaald had en balen omdat ik had moeten afstappen. Ik was echt kapot na drie uur met een ziek gevoel op de fiets te hebben gezeten. Als uitsmijter kreeg ik nog een lekke band aan het eind van de afdaling, ik heb eerst 10 minuten luid staan vloeken voordat ik de band ging verwisselen.

Na die slechte dag in die enorme hitte was het gaan onweren, en niet een klein beetje, bijna twee dagen lang bleef het rommelen onder een donkere lucht. De temperatuur was spectaculair gedaald en twee dagen nadat het 35 graden was geweest was het nu niet meer dan een graad of 10 en het regende onafgebroken. Ik was van plan de Col de Colombière te beklimmen, een echte Alpenreus, vanaf Cluses is de klim 16,5 kilometer lang tegen 6,8 procent, en daarmee is het dus een van de zwaardere bergen in de Piekentour.

De rustdag had me fysiek goed gedaan, het was nodig geweest om te herstellen, mentaal was het minder goed verlopen. Ik had toch wel een dreun opgelopen van de zware inspanningen de dag ervoor. Met twee extra shirtjes begon ik de klim en nadat ik aan de klim begonnen was begon het alleen nog maar harder te regenen, het was werkelijk een stortbui zonder einde en het was ook behoorlijk koud. Ik was een beetje zenuwachtig over deze beklimming, het voelde alsof ik wat van mijn onoverwinnelijkheid kwijt was omdat ik op de laatste klim had moeten afstappen en ik was maar nauwelijks boven gekomen, het was dus niet meer zo vanzelfsprekend dat ik boven zou komen.

De eerste 9 kilometer naar het dorpje Le Reposoir gingen goed, dat waren ook niet de moeilijke kilometers. De laatste 7,5 kilometer waren daarentegen erg zwaar, gemiddeld 8,5 procent en de laatste anderhalve kilometer waren zelfs boven de 10 procent. Het bleef maar gieten, maar ik zat in een goed ritme en mijn lijf was kennelijk goed genoeg hersteld om deze Col in een aardig tempo op te gaan. Er was wel behoorlijk wat mist / bewolking dus ik kon niet heel ver kijken, maar daar waar ik wat beter zicht kreeg was het uitzicht fenomenaal. De laatste kilometers waren uit de rotsen gehakt, en daarnaast een afgrond naar de vallei. Naar mate ik dichter bij de top kwam begon wel een koude wind steeds sterker te waaien. Maar ik voelde me beresterk die dag, ik was er zelf over verbaasd aangezien ik me de laatste twee dagen ziek en erg zwak had gevoeld. Na ruim anderhalf uur kwam ik boven op een zeer koude bergpas.

Hier op 1600 meter was het nog wel een stuk kouder dan in de vallei en bovendien maakte die wind het hier echt barkoud. Ik voelde me wel geweldig! Ik had een prachtige beklimming in barre omstandigheden in een goed tempo volbracht zonder ook maar één keer aan afstappen te denken. Er was denk ik geen beter middel om het gevoel van zwakheid en onzekerheid van twee dagen geleden weg te spoelen. Ik werd wat vreemd aangekeken door de dagjesmensen die op de top in het restaurantje daar zaten te lunchen want ik was die dag echt de enige wielrenner die zich in het noodweer had gewaagd. Ze vonden me wel dapper maar vooral ook gek.

Het was bijzonder koud op die berg en ik had drie zeiknatte shirtjes aan en niets droogs meer bij me, ik moest dus een regenjas of zoiets hebben. Een regenponcho was het enige dat ze hadden. Ik begon redelijk voorzichtig aan de afdaling, een beetje onhandig met zo'n poncho omdat dat nogal veel wind vangt maar op een gegeven moment had ik toch een manier gevonden waar het aardig vooruit ging, de poncho om mijn fiets en lichaam gevouwen. Ik had het berekoud. Rillend ging ik naar beneden en het bleef maar doorgieten. Op een gegeven moment was ik even gestopt om mijn handschoenen uit te knijpen en mijn handen wat op te warmen, ik kon ze moeilijk toeknijpen en dat is nogal belangrijk als je op een racefiets zit en je wilt af en toe remmen. Het was een lange klim dus het duurde nog een tijd voordat ik beneden was, ik bleef rillen en had zelfs moeite om het stuur goed vast te houden, mijn lichaam was door en door koud geworden. Na een half uur dalen was ik weer bij mijn hotel aangekomen, volkomen verkleumd. Ik ging snel onder de douche staan en daarna onder de dekens, het duurde zeker nog een half uur voordat ik echt weer op temperatuur was maar ik was wel een zeer tevreden mens. Lichamelijk voelde ik me wat aangeslagen maar ik vierde die dag wel als een wederopstanding.

Een dag na die koude, regenachtige beklimming besloot ik de etappe drastisch in te korten. Die laatste dagen waren best een beetje een aanslag op mijn lichaam geweest en ik wilde per se de Alpe d'Huez beklimmen in de dagen daarna. Ik wilde ook niet niks doen dus ik besloot de eerste, lichte, klim wel te doen. Dus wat eigenlijk een opwarmertje had moeten worden voor de Joux Plane werd de beklimming van de dag, de klim naar Châtillon sur Cluses. Het weer was wat normaler, geen stortbuien, geen bakoven, perfect fietsweer eigenlijk. De beklimming stelde echt niet veel voor, een brede weg slingerde zich omhoog naar het dorpje Châtillon sur Cluses dat uitkeek over de vallei van Cluses. Er waren weer aardig wat fietsers op de weg die dag. Na de top gehaald te hebben en een oninteressante afdaling reed ik nog wat rondjes om het hotel. Ik had uiteindelijk een klein uurtje op de fiets gezeten, genoeg om een er een goed gevoel aan over te houden maar ook nog fris genoeg om normaal na te denken. Ik bedacht me dat op deze manier sporten voor een depressief persoon waarschijnlijk veel beter was dan dat hele intensieve waar ik dit jaar vaak mee bezig was.

Mijn eerste excursie vanaf mijn nieuwe startpunt, een stuk zuidelijker, ging naar de fameuze Alpe d'Huez. Deze berg heeft snel een geweldige erelijst opgebouwd, hier winnen alleen grote namen. Het wordt ook wel de Nederlandse berg genoemd omdat van de 26 keer dat de Tour hier bovenkwam maar liefst 8 keer een Nederlander wist te winnen. In elk van de 21 genummerde haarspeldbochten staat een bordje met daarop het nummer en de naam van een voormalige winnaar. Het was heet op de dag dat ik de Alpe d'Huez wilde beklimmen, het zou richting de 30 graden gaan in de middag dus ik zorgde dat ik in de ochtend al aan de voet van deze mythische beklimming stond. Ik was niet de enige. Het was weliswaar gewoon een dinsdag maar er waren werkelijk honderden fietsers bezig aan de beklimming van de Alpe d'Huez toen ik hem beklom. De weg stond helemaal vol gekalkt met namen van wielertoeristen die de berg proberen, veel Nederlandse namen en aanmoedigingen. Dat zijn wel motiverende zaken maar toch zag ik er wel een beetje tegen op, het is natuurlijk ook gewoon een erg zware beklimming. Het leek erop dat ik langzaam ook een beetje de lust had verloren om tegen bergen aan te fietsen in de laatste dagen. Maar deze berg was wel speciaal, niet alleen een fameuze piek maar het zou ook de vijftigste berg van de Piekentour zijn, dus toch maar gewoon beginnen met klimmen.

Het eerste wat opviel was hoe enorm zwaar de eerste 2 kilometer waren, boven de 10 procent gemiddeld met stukken van 11,5 procent. Dat is dodelijk als je het profiel niet bestudeerd hebt want dan zullen veel mensen denken, waar ben ik aan begonnen, dit houd ik niet vol! Gelukkig had ik dat wel gedaan dus ik wist dat het gemiddelde stijgingspercentage daarna zou afvlakken. Maar een prettig begin is het natuurlijk niet, zeker niet voor een dieseltje als ik die lang nodig heeft om op gang te komen, ik heb dat soort percentages liever aan het eind van een klim. Het was echt naar adem happen en herstellen maar gedeeltelijk want veel gemakkelijker wordt de klim niet, de rechte stukken na de eerste 2 kilometer zijn steeds zo'n 8,5 procent en dan heb je de bochten om op adem te komen, die zijn een stuk vlakker. Je klimt dus echt van bocht naar bocht op die berg. Ik probeerde een goed ritme te vinden en vond wel iets wat er op leek, maar het klimmen ging niet echt van harte die dag. Hoewel de uitzichten prachtig zijn op die berg kon ik er niet echt van genieten. Het mocht dan een fameuze berg zijn maar als je aan het afzien bent ben je daar niet erg veel mee bezig, zorgen dat ik boven kwam werd al gauw weer het motto van de dag. Het leek een beetje routine dat fietsen, ik kan me niet veel aparte dingen van de beklimming meer herinneren, een teken dat ik waarschijnlijk erg in mijzelf gekeerd was.

Na zo'n anderhalf uur klimmen kwam ik in het dorp aan en ging ik onder de finishvlag door en waar vele andere fietsers luid de terrassen bezetten en vierden dat ze waren boven gekomen op die beroemde berg, kon ik alleen maar zakeljik constateren dat het was gelukt en niet lang daarna begon ik aan de afdaling, ik wilde terug naar mijn hotel. Ik had er gek genoeg niet erg van genoten, die berg waar ik zo naar uit had gekeken voor de reis begon. Later had ik wel enige voldoening dat het gelukt was natuurlijk maar echt euforisch was ik niet en misschien gaf dat mijn algehele stemming wel goed weer, het was een beetje op voor mijn gevoel. Achteraf kan ik zeggen: maar ik heb wel de Alpe d'Huez beklommen!

De dag na de Alpe d'Huez was dat gevoel van mentale leegheid niet verdwenen, ik zag niet meer goed hoe ik mezelf voor nog een Alpenreus zou kunnen opladen. Een soort metaalmoeheid was langzaam over me gekomen. De gedachte om eerder naar huis te gaan was al een paar dagen aanwezig en was na de Alpe d'Huez niet minder geworden, eerder meer. Ik wilde me nog één keer opladen voor de Col d'Izoard, die begint in Briançon, wat voor mij dichtbij was. Ook de Izoard is een echte Alpenreus, bijna 20 kilometer tegen zo'n 6 procent gemiddeld, en met een lange, roemrijke Tourgeschiedenis. Dus na nog één keer opladen om echt diep te gaan stond ik aan de voet van de Izoard. Vanuit Briançon begon ik met klimmen, de eerste 10 kilometer van die klim waren niet heel zwaar, als die buiten beschouwing gelaten worden zijn de volgende 9,5 kilometer gemiddeld wel 7,6 procent met daarin stukken van 10 procent en dat is dan dus echt pittig. Ik klom een beetje op de automatische piloot, er waren niet veel andere fietsers maar dat vond ik wel prettig eigenlijk.

Na 10 kilometer begon het dus echt zwaar te worden en dat bleef het tot de top. De wind was overigens ook een factor tijdens die beklimming, ik had die steeds tegen en het was een behoorlijk harde en koude wind, ook met klimmen kan je daar nog behoorlijk veel last van hebben ook al ga je wat minder snel, het was een extra moeilijkheidsgraad. Het regende ook af en toe, het weer bleef dus maar veranderen daar in de Alpen. De laatste kilometers van de Izoard wordt je wel getrakteerd op een uitzicht op een prachtige bergpartij, La Casse Déserte, een mengeling van rotsen en zand, het is net een maanlandschap. Nadat ik een uur en 50 minuten had geklommen kwam ik boven en kon ik van het volle uitzicht genieten, werkelijk prachtig. Ik vond het een mooie en waardige laatste beklimming van deze reis en van de Piekentour. In de laatste afdaling ging ik harder dan ooit naar beneden en haalde bijna de 80 kilometer per uur.


Nabeschouwing

De Alpenreis was niet helemaal geworden zoals ik wilde. Slechts 8 van de 12 geplande pieken had ik volbracht. Het was bijna gedurende deze hele reis dat ik me echt moe voelde, zowel fysiek als mentaal. Het beste was er af. Dat de Piekentour zou eindigen vanwege gebrek aan financiële middelen kon ik van tevoren al wel een beetje uitrekenen natuurlijk en misschien dat het feit dat het einde in zicht was ook mentaal een beetje een rol was gaan spelen. Bovenaan de homepage is verder ook een verhaal te vinden waarin wat verder wordt in gegaan op waarom de Piekentour eindigt en wat mijn visie daarover is. Ik wil wel alvast gezegd hebben dat ik er wel vrede mee kan hebben, ik ben 7 maanden intensief bezig geweest met sporten en heb prachtige dingen meegemaakt en gezien. Ik had alle ervaringen nooit willen missen, ook niet deze moeilijke Alpenreis en de zware momenten die er waren, het hoorde er allemaal bij. Voorlopig is dit dus de laatste keer dat ik me in het hooggebergte begeef maar ik zal er zeker nog eens terugkeren, al is het alleen maar om de Galibier of de Mont Ventoux eens te beklimmen. Verder zal ik in Nederland wel blijven fietsen af en toe en zal ik zeker ook het voetballen en hardlopen weer op gaan pikken om zo regelmatig te blijven sporten, overtuigd als ik ben dat het echt goed voor je is, zeker wanneer je depressief bent.


Andere blogberichten:

BLOGBERICHT - Verslag Pyreneeen

BLOGBERICHT - Verslag Provence en Noord-Italie

BLOGBERICHT - Verslag tweede Vogezenreis

BLOGBERICHT - Voorbereiding tweede Vogezenreis

BLOGBERICHT - Verslag eerste Vogezenreis

BLOGBERICHT - Verslag Limburg en België

BLOGBERICHT - 16 februari 2009

BLOGBERICHT - 3 februari 2009

BLOGBERICHT - 21 januari 2009

BLOGBERICHT - 10 januari 2009

BLOGBERICHT - 17 december 2008